No. 2 (Dutch) Troop van No. 10 (Inter Allied)

Commando

Oprichting en training in Engeland

Na de val van Frankrijk in juni 1940 had Engeland voorlopig geen middelen meer om in het offensief te gaan. Desondanks besloot de eerste minister Winston Churchill op voorstel van luitenant kolonel Dudley Clarke tot de oprichting van kleine zelfstandige eenheden die aanvallen op het vaste land van Europa moesten uitvoeren.Deze eenheden kregen de naam van COMMANDO'S. De naam Commando was nieuw in het Britse leger. Ze was afgeleid van de fundamentele eenheid van de Boeren legers tijdens de Boerenoorlog (1899-1902). Een Commando bestond uit ongeveer 500 man die verdeeld waren over een staf, een staf troep, een ondersteunings troep en 5 troops. In totaal zijn er tijdens de oorlog 12 leger- en 9 mariniers-Commando's geweest die weer samen gevoegd waren in 4 Commando brigades.Tijdens de verschillende raids op de kusten van Europa - de eerste was al op 24 juni 1940 -,bleek het zeer gewenst dat de commando's de beschikking kregen over militairen die in de bezette landen bekend waren en de taal spraken. Daarom werd in januari 1942 een geallieerd Commando opgericht bekend als no. 10 (Inter Allied) Commando.De Troops van dit Commando waren samengesteld volgens hun nationaliteit. Troop no 1 en 8bestonden uit Fransen, no 2 Nederlanders, no 3 Duitsers en Oostenrijkers, no 4 en 7 Belgen,no 5 Noren en no 6 Polen. Het Commando is nooit als een eenheid ingezet, de verschillende Troops werden bij andere Commando-eenheden ingedeeld.De Nederlandse commando's waren voor het merendeel af komstig van de Koninklijke Nederlandse Brigade "Prinses Irene", welke op 11 januari 1941 was opgericht. Deze brigade was samengesteld uit militairen die na de capitulatie van Nederland naar Engeland uitgeweken waren, uit dienstplichtige Nederlanders die in het buitenland woonden en opgeroepen werden en uit Engeland vaarders die na de capitulatie uit bezet gebied gevlucht waren. Voortdurend werd personeel aan de brigade onttrokken om actief ingezet te worden bijde oorlogsvoering.Op 22 maart 1942 vertrokken 8 officieren, 17 onderofficieren, 4 korporaals en 19 soldaten van de "Prinses Irene"-brigade naar Schotland om als vrijwilligers deel te nemen aan een commando training. Na een voor training, waarvoor de groep werd gesplitst en ingedeeld bij respectievelijk no 3, no 4, no 9 en no 12 Commando, begon de eigenlijke commando training in het "Commando Basic Training Centre" in Achnacarry gelegen bij Spean Bridge in het westen van het Schotse Crampian gebergte. Dit opleidingscentrum stond onder leiding van luitenant-kolonel C.E. Vanghan, OBE. De opleiding werd door 25 man voltooid, die op 29juni 1942 naar no 4 Commando in Troon werden overgeplaatst. Hier werd no 2 (Dutch) Troop gevormd. De eerste commandant was 1e luitenant P.J. Mulders met als toegevoegde officieren de res. 2e luitenants J. Linzel, M.J. Knottenbelt en C.J.L. Ruysch van Dugteren.Op 16 juli volgde de overplaatsing naar Portmadoc in Noord-Wales waar zij bij no 10 (Inter Allied) Commando werd ingedeeld.Begin maart had eveneens een kleine groep militairen, n.l. 2e luitenant Kuipers met 1onderofficier en 14 soldaten, de "Prinses Irene" brigade verlaten om samen met no 4Commando deel te nemen aan een raid op Noordwijk. Deze raid werd afgelast. Tot juli 1942bleven ze daarna in het C.B.T.C. in Achnacarry waarna ze bij no 2 (Dutch) Troop gevoegd werden. Tevens kwamen er vanuit de "Prinses Irene" brigade nieuwe vrijwilligers.De sterkte van een commando troop moest volgens de Engelse organisatie zijn: 4 officieren, 8onderofficieren en 73 korporaals en manschappen. No 2 (Dutch) Troop bereikte echter nooit deze sterkte. Gezien de hoge eisen die mentaal en fysiek werden gesteld en het feit dat ook de"Prinses Irene" brigade een tekort had een personeel is dit niet te verwonderen. Door het veelvuldig wisselen van personeel is de sterkte van No 2 (Dutch) Troop bovendien nooit constant geweest. Wel is bekend dat de sterkte in december 1942 4 officieren, 11onderofficieren en 59 korporaals en manschappen bedroeg en in maart 1943 5 officieren, 12onderofficieren en 67 korporaals en manschappen.De Troop bestond uit een staf sectie onder commando van de res. 2e luitenant M.J.Knottenbelt.

Hierin waren onder meer ondergebracht de onder steunings wapens, de radiozenders, de motorordonnans, de hospitaalsoldaat, de fourier en de administratie. Verder waren er twee secties, n.l. een 1e sectie onder commando van res. 2e luitenant J. Linzel onderverdeeld in een A en een B sub-sectie en een 2e sectie onder commando van res. 2eluitenant C.J.L. Ruysch van Dugteren, eveneens onderverdeeld in een A en een B sub-sectie.Op 18 december 1942 bracht Z.K.H. Prins Bernhard een bezoek aan de Troop, hierbij onder andere vergezeld door luitenant-kolonel A.C. de Ruyter van Steveninck, commandant van de"Prinses Irene" brigade en kolonel Lister, commandant van no 10 (Inter Allied) Commando.Op 11 maart 1943 bezocht de toenmalige Minister van Oorlog Z.E. Jhr.Ir. O.C.A. van Lidthde Jeude eveneens de Troop waarbij ook de toenmalige kapitein Kruls aanwezig was.Het gehele no 10 (I.A.) Commando werd op 31 mei 1943 overgeplaatst naar Eastbourne aan de zuidkust van Engeland waar no 2 (Dutch) Troop tot 15 december 1943 bleef. Gedurende deze periode werd de commando training voortgezet. Er werden onder meer cursussen in bergklimmen, varen en vernielingen gevolgd. Ook werd deelgenomen aan enkele oefeningen in groter verband zoals de oefening "Harlequin" - een vooroefening voor de invasie van Frankrijk.