Over Nederland Paraat

De oudste groep binnen de VHM is "Nederland Paraat". Het is de meest opvallende groep, aangezien het als enige in Nederland de roerige mobilisatieperiode van 1939-1940 als onderwerp heeft. De groep presenteert het Nederlandse leger ook in de periode van strijd in de meidagen van 1940. De nadruk ligt vooral op de onderdelen "infanterie" en "wielrijders", maar de groep is in staat elk ander onderdeel uit die periode neer te zetten.

Aangezien de eerste VHM-leden, die zich bezighielden met deze periode, vooral uit het westen van Nederland wonen, is een thema gevonden in het aldaar gelegerde 4e Regiment Infanterie. Dit 4RI heeft in de meidagen van 1940 zware strijd gevoerd op het vliegveld Valkenburg tegen de gelande Duitse Fallschirmjäger. In de loop der jaren is de VHM ook andere regimenten gaan uitbeelden, afhankelijk van de locatie, zoals 8 RI te Rhenen, 15 RI te Woudenberg en 6 RI en 3 RI te Mill. Al snel kwam er ook aandacht voor het aandeel van de typisch Nederlandse wielrijdersregimenten. Ook bij evenementen zoals in Kirby Hall (GB) bleek er ook vanuit het buitenland grote belangstelling voor te bestaan.

De living historygroep "Nederland Paraat 1939-1940".
Het doel van de groep Nederland Paraat is het weergeven van Nederlandse soldaten uit de periode vlak voor de oorlog. Zij doet dat middels kleding, bewapening, uitrusting, uiterlijk en gedrag.


 

De gebruikte uniformen zijn net als een groot deel van de uitrusting, replica’s. Alle uitrusting (patroontassen, koppels e.d.) zijn zorgvuldig nagemaakt aan de hand van originele exemplaren. De kennis in de groep en de collecties van originele stukken, in het bezit van een aantal deelnemers, garandeert de hoge kwaliteit. De groep gaat uit van het VHM-principe: "We doen het goed of we doen het niet". Dat betekent dat binnen de groep wordt gestreefd naar  een zo perfect mogelijke voorstelling van zaken.
 


Uit voorschriften, verslagen, publicaties en waar mogelijk gesprekken met veteranen kan worden afgeleid hoe het dagelijkse (militaire) leven eruit zag voor (de gemobiliseerde) Jan Soldaat. Tijdens living historyweekeinden wordt de exercitie onderwezen, op strozakken geslapen, wapenonderhoud gepleegd en zoveel mogelijk in een omgeving bewogen die overeenkomt met die van de jaren 1939-1940.


Activiteiten
De groep beweegt zich zichtbaar en onzichtbaar door de geschiedenis.
Zichtbaar is de groep tijdens evenementen. Genoemd mogen worden het jaarlijkse Open Monumentenweekeinde, de herdenking Dordrecht Open Stad, de Grebbeliniedagen te Woudenberg, de Landmachtdagen. In het verleden was de groep aanwezig op diverse binnenlandse en buitenlandse evenementen zoals Museumweekeinden en Kirby Hall. Daarnaast heeft de groep ondersteuning verleend bij tal van andere gelegenheden: herdenkingen van het voormalige Regiment Wielrijders, onthullingen van monumenten, Landmachtdagen etc. Ook de participatie in vele film en tv-producties mogen niet onvermeld blijven!

Onzichtbaar beweegt de groep zich middels studie, collectiebeheer en adviezen.

Infanterie en wielrijders wordt het meest opgevoerd. Daarnaast kunnen door individuele deelnemers andere presentaties worden neergezet, zoals van officieren, onderofficieren en andere wapens en dienstvakken. Het is hierbij mogelijk zowel in het veldtenue als in het ceremoniële tenue te verschijnen.


WAAR ZIJN WIJ TE ZIEN?

2016

AUGUSTUS

27 - 28 Fort Everdingen

OKTOBER

30 VHM-dag 

DECEMBER 

09 - 10 Kerst in de Vesting te Elburg

Meer weten?

Contact de groepsvertegenwoordiger

Erik de Bruin, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Wat vooraf ging

De decennia voorafgaande aan de mobilisatie van 1939 zijn tekenend geweest voor de toestand van de Krijgsmacht. Nederland heeft gedurende de Eerste Wereldoorlog voor het eerst sinds 1870 lange tijd haar leger op staande voet gehad en hier les uit getrokken. Geconstateerd werd dat het veel te kostbaar was een groot staand leger op de been te houden. Bovendien speelde in de crisisjaren de economische malaise ook een belangrijke rol in het bestedingspatroon van de Nederlandse regering.

Met de nieuwe wet in 1922 wordt vormgegeven aan een nieuwe krijgsmacht die vooral "klein" en "kwalitatief hoog" zou moeten zijn. Voor de Landmacht houdt dat in dat het regimentsverband wordt losgelaten, er geen parate eenheden bestaan en dat de effectieve diensttijd voor diensplichten verkort wordt tot 5,5 maand (voor niet-beredenen).
Hoewel de politiek later terugkomt op deze gedachte blijft het voor de KL een mager bestaan. Pas als de wolken in het oosten donkerder worden grijpt de politiek in. Noodzakelijke bestellingen voor modern wapentuig worden geplaatst maar de ordermappen van de buitenlandse wapenindustrie zitten al vol.
 
In 1938 worden naar aanleiding van de spanningen rond Tsjecho-Slowakije de 2e bataljons van de regimenten op oorlogssterkte gebracht ("paraat gesteld") en zullen in het kader van de uitwendige veiligheid als grensbataljons opereren. De opkomstleeftijd voor dienstplichtigen wordt verlaagd van twintig naar achttien jaar.
 
In april 1939 vindt de tweede Buitengewone Oproep Uitwendige Veiligheid (B.O.U.V.) plaats. Langzaam begint Nederland in te zien dat het menens is. Als dan eind augustus van hetzelfde jaar de algemene mobilisatie wordt afgeroepen als Duitsland Polen dreigt binnen te vallen, is het duidelijk: Nederland wordt Paraat!
 
In hoog tempo stromen de reservisten en dienstplichtigen naar de opkomstcentra. Alle lichtingen vanaf 1924 t/m 1938 worden opgeroepen, gekleed, bewapend en naar de oorlogsstellingen gedirigeerd. Bovendien wordt de lichting 1940 vervroegd opgeroepen. Vervolgens is men negen maanden bezig met de oorlogsvoorbereiding die voornamelijk bestaat uit het inrichten van stellingen. Oefening van de troep en leidinggevenden blijft helaas achter. Als de Duitsers op 10 mei 1940 binnenvallen treft zij een leger in oorlogsstaat aan dat in veel opzichten voorbereid is op een type conflict zoals de Eerste Wereldoorlog.

Het leger verweert zich met grote moed en wisselend succes. De Duitse luchtlandingsoperatie in het Westen mislukt vrijwel totaal door de felle tegenstand. De opmars richting Grebbeberg en Grebbelinie (het noordelijk deel van de Peel-Raamstelling) gaat door de Nederlandse weerstand beschamend langzaam. De stelling Kornwerderzand, één der modernste van Europa op statisch verdedigingsgebied, wordt niet ingenomen. Bijna vierhonderd Duitse vliegtuigen worden door het luchtdoelgeschut en het verhoudingsgewijs kleine aantal Nederlandse vliegtuigen neergehaald. De oorlog eindigt voor Nederland na de bombardementen op Rotterdam. Alleen in Zeeland wordt nog drie dagen langer gevochten, aangezien daar de Nederlandse en de te hulp geschoten Franse troepen samen de Duitsers nog proberen tegen te houden. 


En nu .... aan de slag binnen Nederland Paraat!

Studie is leuk, maar uitbeelden en beleven is natuurlijk wel even wat anders! Ervaar wat het is om de grove wollen stof te dragen, in een loopgraaf te staan, bewapend op een oud rijwiel te fietsen, 's nachts in een groepsonderkomen op een strozak te slapen, eten uit je eetketel! 

Wat heb ik nodig om mee te kunnen doen?

Kleding maakt de man. Een uniform is wel een eerste vereiste. Tot het moment dat je zelf aan een uniform geraakt kan de groep je voorzien in een leenexemplaar.
Veel uitrusting is te koop in replica. De groep zal je precies vertellen wat je exact nodig bent en waar je dat het beste kunt halen.

Nederland Paraat beeldt over het algemeen twee soorten militairen uit: infanteristen en wielrijders van de infanterie. Tip: start met de uitbeelding 'infanterist'.

Elke soldaat heeft minimaal dit aan of om:
Een jas en broek groffe stof. Onder de jas een wit overhemd met korte opstaande kraag. Het overhemd sluit aan de voorzijde middels een borstsplit.
Op z'n hoofd draagt hij een veldmuts van groengrijze groffe stof. In gevechtstenue is dat een helm met bronzen leeuwenplaat. Ook in gevechtstenue draagt hij altijd een gasmaskerdraagzak met gasmasker aan de linkerzijde van het lichaam.
Als schoeisel draagt hij zwarte leren halfhoge schoenen met leren zolen, al dan niet voorzien van beslag, en leren veters. Het onderbeen is gewikkeld in beenwindsels, de zg. 'puttees'.


De infanterist is bewapend met het geweer Hembrug, een geweer met een lengte van 1,28M. Als gevechtsuitrusting draagt hij aan de koppel mee: twee brede patroontassen(zg. 'blokpatroontassen'), een geweerbajonet in een lederen schede, een veldschep in een lederen drager, een eetketel in een canvas foudraal, een broodzak met veldfles. De koppel wordt opgehouden door een draagbandenstel van canvas.
De wielrijder is bewapend met de karabijn. Aan zijn koppel draagt hij zes karabijnpatroontassen, een lange karabijnbajonet in lederen schede, een veldschep in drager en een eetketel in stoffen foudraal. Daarnaast de broodzak met veldfles. Onnodig te vertellen, maar een wielrijder heeft ook een rijwiel. De deelnemers in de groep kunnen je exact vertellen waar dat 'wiel' (zoals de wielrijders hun rijwiel noemen) aan moet voldoen.

Let wel! Niemand verwacht dat je binnen drie maanden alles op de rit hebt. Wel verwachten we een bepaalde inspanning van nieuwe deelnemers. Na een jaar ongeveer moet je de basis voor elkaar hebben.

Moet ik een militaire achtergrond hebben?

Nee, dat is niet nodig. Binnen de groep leer je alles wat nodig is om als soldaat in de mobilisatie te kunnen optreden. Wel verwachten we dat je je studie doet: lezen, uitzoeken etc. De beeldvorming moet je zelf verzorgen.

Is er een minimum leeftijd?

Ja. De soldaat werd voor de oorlog vanaf 18 jaar 'ingenomen'. Dat doen wij ook. Dat heeft ook te maken met de wetgeving: onder de 18 mag je eenvoudig niet met wapens lopen!
Deelnemers die jonger zijn kunnen wel hun belangstelling tonen. Als er plaats is kunnen ze ingenomen worden in de rol van soldaat-gewondenverzorger. Als 'wapen' dragen ze dan een (lege) pistooltas. Voordeel van jong instromen is natuurlijk dat je dan gebruik kunt maken van de expertise van de groep, nodig om de juiste uitrusting te vergaren voor het moment dat je achttien bent!

Treedt Nederland Paraat vaak op?

Zo! Reken op ongeveer vijf evenementen in het voorjaar en zo'n vier evenementen in het najaar, gemiddeld. We verwachten van onze deelnemers dat ze zo vaak mogelijk aanwezig zijn.
Dat lukt natuurlijk niet altijd en dat is ook niet zo erg, als je het maar van te voren meldt.
Voor elk evenement krijgt een deelnemer informatie en een oproep. Je kunt dan kiezen of je aanwezig wilt (of kunt) zijn en je aan- of afmelden.

Lijkt me een prijzige hobby....

Dat klopt. Het is een van de duurdere takken van sport binnen de living history.
De deelnemers kopen hun kleding en uitrusting zelf. Hiervoor krijgen de deelnemers overigens wel aanwijzingen vanuit de groep, want niet alles is zomaar toegestaan. Er is veel expertise binnen de groep, veel aangeboden artikelen worden bekeken en zo weten we ook wat als replica het beste is (of de werkelijkheid het dichtst benadert)

We dragen zoveel mogelijk replica spullen en hoewel het de laatste jaren allemaal wat goedkoper wordt, blijft het een prijzig gebeuren.
Met name in het eerste jaar valt er binnen de groep veel te regelen, zodat je altijd in compleet tenue en uitrusting op het evenement aanwezig bent.

‘De eentonigheid der grijze kleeding’

Ontwerp en materiaal van de veldgrijze Veldjas 1912-1940

Door Mariska Pool en Mark van Hattem

Door de invoering van de veldgrijze veldjas onderging het Nederlandse Leger vanaf 1913 een totale gedaantewisseling. Het nieuwe uniform gaf tot in 1940 stof tot een reeks van klachten. Over ouderwetse staande kragen, een wildgroei aan borst- en schootzakken en de ‘Commissie Veldjas’ van 1937.

Mariska Pool is textielrestaurator en Mark van Hattem is conservator textilia, beiden in het Legermuseum.

- See more at: http://www.militairmagazijn.nl/bronnen/armamentaria/artikel/bronnen_armas_xml_e58612ac-7487-46f8-8ebe-8e3264ca2139/#sthash.o9Kpxrlp.dpuf

‘De eentonigheid der grijze kleeding’

Ontwerp en materiaal van de veldgrijze Veldjas 1912-1940

Door Mariska Pool en Mark van Hattem

Door de invoering van de veldgrijze veldjas onderging het Nederlandse Leger vanaf 1913 een totale gedaantewisseling. Het nieuwe uniform gaf tot in 1940 stof tot een reeks van klachten. Over ouderwetse staande kragen, een wildgroei aan borst- en schootzakken en de ‘Commissie Veldjas’ van 1937.

Mariska Pool is textielrestaurator en Mark van Hattem is conservator textilia, beiden in het Legermuseum.

- See more at: http://www.militairmagazijn.nl/bronnen/armamentaria/artikel/bronnen_armas_xml_e58612ac-7487-46f8-8ebe-8e3264ca2139/#sthash.o9Kpxrlp.dpu

‘De eentonigheid der grijze kleeding’

Ontwerp en materiaal van de veldgrijze Veldjas 1912-1940

Door Mariska Pool en Mark van Hattem

Door de invoering van de veldgrijze veldjas onderging het Nederlandse Leger vanaf 1913 een totale gedaantewisseling. Het nieuwe uniform gaf tot in 1940 stof tot een reeks van klachten. Over ouderwetse staande kragen, een wildgroei aan borst- en schootzakken en de ‘Commissie Veldjas’ van 1937.

Mariska Pool is textielrestaurator en Mark van Hattem is conservator textilia, beiden in het Legermuseum.

- See more at: http://www.militairmagazijn.nl/bronnen/armamentaria/artikel/bronnen_armas_xml_e58612ac-7487-46f8-8ebe-8e3264ca2139/#sthash.o9Kpxrlp.dpuf

Over The 1st Gordons
De re-enactmentgroep ‘The 1st Gordons’ (first battalion 'The Gordon Highlanders') is opgericht in januari 1997 als onderdeel van de Vereniging Historische Militaria. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten dit bataljon deel uit van de 51st (Highland) Infantry Division, één van de Britse eenheden die tussen 1939 en 1945 het meest frequent werd ingezet op diverse strijdtonelen.  Het doel van de re-enactmentgroep is het aan het publiek laten zien hoe de Schotse infanteriesoldaat er gedurende de laatste wereldoorlog uitzag, hoe hij leefde en wat voor materiaal hij tot zijn beschikking had. Zo en in samenwerking met andere re-enactmentgroepen hoopt men het publiek op een alternatieve manier kennis te laten maken met de laatste wereldoorlog.

Ontstaansgeschiedenis
De ‘The Gordon Highlanders’ zijn ontstaan uit de samenvoeging in 1881 van het 75th Stirlingshire Regiment of Foot (opgericht in 1787) en het 92nd Gordon Highlanders Regiment of Foot (opgericht in 1794). Het 92ste beleefde haar vuurdoop in 1799 onder leiding van de Markies van Huntly tijdens de invasie van Noord-Holland. Hier onderscheidden zij zich voor het eerst bij Egmont-op-Zee. Tussen 1800 en 1815 werd het regiment frequent ingezet, onder andere in  Egypte, op het Iberisch schiereiland en bij Quatre-Bras en Waterloo.

Het 1ste bataljon werd in 1882 ingezet in de slag bij Tel-El-Kebir en maakte twee jaar later deel uit van de troepenmacht naar Khartoum om Generaal Gordon te ontzetten. In 1895 werd ze in India ingezet, waar, op 20 oktober 1897, in een aanval samen met de Gurkhas op de hoogtes bij Dargai, piper Findlater het Victoria Cross kreeg omdat hij door bleef spelen terwijl hij in beide benen gewond was. Hij speelde ‘The Cock O' The North’. Dit is tot de fusie in 1994 de Regimental March gebleven. Na India werd het regiment rond de eeuwwisseling naar Zuid-Afrika verscheept om deel te nemen aan de Boerenoorlog. Daar werd onder andere het belegerde Ladysmith ontzet. 

De Eerste Wereldoorlog
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd het 1ste bataljon ingezet als onderdeel van de 3e divisie bij het Mons-Condékanaal op 22 augustus 1914. De volgende dag vielen de Duitsers aan en terugtrekken was nodig. Op 25 augustus werden nieuwe posities ingenomen bij Le Cateau. De orders om terug te trekken bereikten alleen de Alfa compagnie; de rest van het bataljon ging in krijgsgevangenschap. Het bataljon werd in oktober hersteld en ingezet bij Ieper tezamen met 2de Bataljon. Gedurende de gehele Eerste wereldoorlog was de traditionele kilt nog onderdeel van de Schotse gevechtsuitrusting. Echter met de komst van chemische wapens werd het gebruik hiervan twintig jaar later beperkt tot louter ceremonieel gebruik. 

De Tweede Wereldoorlog
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog droegen veel Schotse eenheden nog steeds hun geliefde kilts. Maar op 25 september 1939 werd de kilt als onderdeel van hun gevechtskleding afgeschaft. Enerzijds omdat de kilt geen bescherming biedt tegen mosterdgas, anderzijds omdat een kilt duur in aanmaak is. Het gebruik van kilts en trews werd beperkt tot ceremonieel gebruik en privé gebruik. Beeldmateriaal laat echter zien dat sommige tradities bijzonder hardnekkig zijn en dat sommige militairen, met name officieren en militairen ingedeeld bij ‘Special Forces’, het kledingvoorschrift wel eens ontdoken. Het 1ste bataljon kwam in Frankrijk aan op 23 september 1939 als onderdeel van de 1e divisie. De 51st Highland Division volgde in januari met het 5e en 6e bataljon. In maart 1940 werden het 1e en 6e bataljon verwisseld om de 51ste divisie meer gevechtservaring te geven. Deze divisie werd in mei na de nodige schermutselingen nabij de Maginotlinie naar de Somme teruggehaald. Op 4 juni wordt de tegenaanval bij Abbeville ingezet maar het mocht niet meer baten. Na terugtocht op terugtocht geeft de divisie zich op 12 juni in St. Valery-en-Caux over.  

Dat was echter niet het einde van de roemruchte 51ste , want in augustus wordt de 9th Highland Division omgedoopt tot de 51st (Highland) Infantry Division. In 1942 wordt de divisie verscheept naar Egypte waar de eerste inzet op 23 oktober bij El Alamein was. Vele acties volgden in Afrika, waarna in 1943 Sicilië veroverd werd. Hierna keerde de divisie terug naar Engeland om zich voor te bereiden op de invasie in Normandië. Op D-Day landden delen van de 153rd Brigade, waartoe ook de 1st Gordons behoorden, op ‘Juno-beach’ en trokken naar het gebied ten Oosten van de Orne, waar een periode van vuurwisselingen met de vijand volgt zonder in het offensief te gaan. Op 8 augustus wordt het offensief ingezet dat op 2 september uitmondt in de herovering van St. Valery-en-Caux. Eind September worden de Highlanders ingezet in Nederland tussen Tilburg en Den Bosch tijdens operatie “Pheasant”. In december volgt een verplaatsing naar de Ardennen, waar op 9 januari de tegenaanval tegen de oprukkende Duitsers vanaf Marche richting La-Roche wordt ingezet. Na de slag om het Reichswald in februari 1945, steekt op 23 maart de 51ste als eerste Britse eenheid bij Rees de Rijn over, waarna vechtend doorgestoten wordt naar Bremen, waar de oorlog eindigde voor het bataljon. 

Besluit
Het 1st Battalion Gordon Highlanders is dus in bijna heel Europa ingezet geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog en heeft de Eerste Wereldoorlog doorgebracht in de loopgraven van België en Noord-Frankrijk. The 1st Gordons bieden de werkgroep de gelegenheid tot het uitbeelden van een ruime inzet op diverse strijdtonelen voor re-enactment en Living History. Van de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog tot de meioorlog in Frankrijk 1940. En van de strijd in Noord-Afrika in 1942 via de bevrijding van Sicilië in 1943 tot bevrijding van Noordwest Europa in de jaren 1944-1945. Hierbij krijgt vooral de periode ’44-’45 veel aandacht gezien de bij het publiek populaire connectie tussen het bataljon en Normandië enerzijds en de connectie tussen Bataljon en Nederland anderzijds.

Contact: Richard Richter, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.