Over The 1st Gordons
De re-enactmentgroep ‘The 1st Gordons’ (first battalion 'The Gordon Highlanders') is opgericht in januari 1997 als onderdeel van de Vereniging Historische Militaria. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten dit bataljon deel uit van de 51st (Highland) Infantry Division, één van de Britse eenheden die tussen 1939 en 1945 het meest frequent werd ingezet op diverse strijdtonelen.  Het doel van de re-enactmentgroep is het aan het publiek laten zien hoe de Schotse infanteriesoldaat er gedurende de laatste wereldoorlog uitzag, hoe hij leefde en wat voor materiaal hij tot zijn beschikking had. Zo en in samenwerking met andere re-enactmentgroepen hoopt men het publiek op een alternatieve manier kennis te laten maken met de laatste wereldoorlog.

Ontstaansgeschiedenis
De ‘The Gordon Highlanders’ zijn ontstaan uit de samenvoeging in 1881 van het 75th Stirlingshire Regiment of Foot (opgericht in 1787) en het 92nd Gordon Highlanders Regiment of Foot (opgericht in 1794). Het 92ste beleefde haar vuurdoop in 1799 onder leiding van de Markies van Huntly tijdens de invasie van Noord-Holland. Hier onderscheidden zij zich voor het eerst bij Egmont-op-Zee. Tussen 1800 en 1815 werd het regiment frequent ingezet, onder andere in  Egypte, op het Iberisch schiereiland en bij Quatre-Bras en Waterloo.

Het 1ste bataljon werd in 1882 ingezet in de slag bij Tel-El-Kebir en maakte twee jaar later deel uit van de troepenmacht naar Khartoum om Generaal Gordon te ontzetten. In 1895 werd ze in India ingezet, waar, op 20 oktober 1897, in een aanval samen met de Gurkhas op de hoogtes bij Dargai, piper Findlater het Victoria Cross kreeg omdat hij door bleef spelen terwijl hij in beide benen gewond was. Hij speelde ‘The Cock O' The North’. Dit is tot de fusie in 1994 de Regimental March gebleven. Na India werd het regiment rond de eeuwwisseling naar Zuid-Afrika verscheept om deel te nemen aan de Boerenoorlog. Daar werd onder andere het belegerde Ladysmith ontzet. 

De Eerste Wereldoorlog
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd het 1ste bataljon ingezet als onderdeel van de 3e divisie bij het Mons-Condékanaal op 22 augustus 1914. De volgende dag vielen de Duitsers aan en terugtrekken was nodig. Op 25 augustus werden nieuwe posities ingenomen bij Le Cateau. De orders om terug te trekken bereikten alleen de Alfa compagnie; de rest van het bataljon ging in krijgsgevangenschap. Het bataljon werd in oktober hersteld en ingezet bij Ieper tezamen met 2de Bataljon. Gedurende de gehele Eerste wereldoorlog was de traditionele kilt nog onderdeel van de Schotse gevechtsuitrusting. Echter met de komst van chemische wapens werd het gebruik hiervan twintig jaar later beperkt tot louter ceremonieel gebruik. 

De Tweede Wereldoorlog
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog droegen veel Schotse eenheden nog steeds hun geliefde kilts. Maar op 25 september 1939 werd de kilt als onderdeel van hun gevechtskleding afgeschaft. Enerzijds omdat de kilt geen bescherming biedt tegen mosterdgas, anderzijds omdat een kilt duur in aanmaak is. Het gebruik van kilts en trews werd beperkt tot ceremonieel gebruik en privé gebruik. Beeldmateriaal laat echter zien dat sommige tradities bijzonder hardnekkig zijn en dat sommige militairen, met name officieren en militairen ingedeeld bij ‘Special Forces’, het kledingvoorschrift wel eens ontdoken. Het 1ste bataljon kwam in Frankrijk aan op 23 september 1939 als onderdeel van de 1e divisie. De 51st Highland Division volgde in januari met het 5e en 6e bataljon. In maart 1940 werden het 1e en 6e bataljon verwisseld om de 51ste divisie meer gevechtservaring te geven. Deze divisie werd in mei na de nodige schermutselingen nabij de Maginotlinie naar de Somme teruggehaald. Op 4 juni wordt de tegenaanval bij Abbeville ingezet maar het mocht niet meer baten. Na terugtocht op terugtocht geeft de divisie zich op 12 juni in St. Valery-en-Caux over.  

Dat was echter niet het einde van de roemruchte 51ste , want in augustus wordt de 9th Highland Division omgedoopt tot de 51st (Highland) Infantry Division. In 1942 wordt de divisie verscheept naar Egypte waar de eerste inzet op 23 oktober bij El Alamein was. Vele acties volgden in Afrika, waarna in 1943 Sicilië veroverd werd. Hierna keerde de divisie terug naar Engeland om zich voor te bereiden op de invasie in Normandië. Op D-Day landden delen van de 153rd Brigade, waartoe ook de 1st Gordons behoorden, op ‘Juno-beach’ en trokken naar het gebied ten Oosten van de Orne, waar een periode van vuurwisselingen met de vijand volgt zonder in het offensief te gaan. Op 8 augustus wordt het offensief ingezet dat op 2 september uitmondt in de herovering van St. Valery-en-Caux. Eind September worden de Highlanders ingezet in Nederland tussen Tilburg en Den Bosch tijdens operatie “Pheasant”. In december volgt een verplaatsing naar de Ardennen, waar op 9 januari de tegenaanval tegen de oprukkende Duitsers vanaf Marche richting La-Roche wordt ingezet. Na de slag om het Reichswald in februari 1945, steekt op 23 maart de 51ste als eerste Britse eenheid bij Rees de Rijn over, waarna vechtend doorgestoten wordt naar Bremen, waar de oorlog eindigde voor het bataljon. 

Besluit
Het 1st Battalion Gordon Highlanders is dus in bijna heel Europa ingezet geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog en heeft de Eerste Wereldoorlog doorgebracht in de loopgraven van België en Noord-Frankrijk. The 1st Gordons bieden de werkgroep de gelegenheid tot het uitbeelden van een ruime inzet op diverse strijdtonelen voor re-enactment en Living History. Van de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog tot de meioorlog in Frankrijk 1940. En van de strijd in Noord-Afrika in 1942 via de bevrijding van Sicilië in 1943 tot bevrijding van Noordwest Europa in de jaren 1944-1945. Hierbij krijgt vooral de periode ’44-’45 veel aandacht gezien de bij het publiek populaire connectie tussen het bataljon en Normandië enerzijds en de connectie tussen Bataljon en Nederland anderzijds.

Contact: Richard Richter, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (K.N.I.L.)

Op 7 december 1941 bombardeerde Japan de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbour. Deze vloot werd in korte tijd uitgeschakeld. Onmiddellijk na ontvangst van de Japanse aanval op Pearl Harbour verklaarde de Nederlandse regering in Londen Japan de oorlog.

Op 11 januari 1942 landden de Japanners op Celebes en Borneo (Tarakan). Noodgedwongen beperkte het KNIL zich tot de verdediging van belangrijke strategische en economische doelen. Zij waren geen partij voor de ervaren en geharde Japanse troepen. Een verschroeide aarde-tactiek werd toegepast. Olieraffinaderijen, olievoorraden, vliegvelden en havens werden bij het naderen van de vijand vernield.

Tenslotte werd de aanval op Java ingezet. De Militaire Luchtvaartafdeling had nauwelijks materieel meer en stond machteloos tegen de Japanse bombardementen.

De beslissing viel in de Javazee. In een poging om de Japanse invasiemacht te keren, gingen de kruisers De Ruyter en de Java strijdend ten onder. Door hun lengte waren de kusten van Java nagenoeg onverdedigbaar. Toen de Japanners eenmaal waren geland, was de strijd snel beslist. Op 8 maart 1942 capituleerde het KNIL onvoorwaardelijk. Een aantal KNIL-eenheden besloot echter door te vechten.
 
 
Xde Bataljon KNIL replica leerwerk
In 2004 werd re-enactmentgroup Xde Bataljon KNIL de trotse eigenaar van replica uitrustingstukken: de koppel, patroontassen, schouderriemen en koperen haken en verbindingstukken. Met de replica uniformen (inclusief bamboehoed) die wij al in ons bezit hadden, is het plaatje steeds completer aan het worden. Er word momenteel nog gewerkt aan de veldflessen, gasmaskertassen, bajonetten en helmen.
Geinteresseerd?
Neem gerust contact op met de groepscommandant:
Vereniging Historische Militaria
Xde Bataljon KNIL

E-mail:  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.