2./100. Gebirgsjäger Regiment

  • Facebook Social Icon
  • Instagram Social Icon

Servus bij de 2e kompanie van Gebirgsjägerregiment 100, 
een werkgroep binnen de Vereniging Historische Militaria.

 

Deze toch wel unieke werkgroep is begin 2013 opgericht en beeld de eerste Zug van de tweede Kompanie van het Gebirgsjäger Regiment 100 uit in de periode 1935 t/m 1945 welke voor het grootste deel bestond uit Oostenrijkers waarbij wij het leven van een Gebirgsjager meestal afkomstig uit een klein Alpendorp op een zo'n realistische manier proberen weer te geven met een uitmuntend oog voor detail.

Onze werkgroep en zijn leden distantiëren zich van iedere vorm van sympathie met de politieke ideologie denkwijze van het derde rijk als mede met iedere vorm van extremisme in het algemeen.

 

Er zijn nogal wat verschillen in uniformering en uitrusting t.o.v. de reguliere infanterie, te denken aan de Feldmutze met de korte klep, de Bergschuhe met beenwindsels, de Windjacke, de Anorak en de Gebirgsjäger Rucksack, allemaal attributen die speciaal voor de Gebirgstruppe ontwikkeld waren. 

Dit maakte de gebirgsjäger tot zeker midden 1943 een opvallende verschijning.

In dat jaar werd de feldmutze met lange klep voor bijna de gehele Wehrmacht ingevoerd en werd ook de Klimbroek van de Jäger gebruikt als voorbeeld voor de nieuw zo benoemde "Keilhose:. 

in onze werkgroep word deze specifieke Gebirgsjäger kleding en uitrustingsstukken dan ook gedragen.

Onze Zug omvat een complete gevechts Gruppe geleid door een gruppefuhrer, een Zugtrup met Zugtrupfuhrer en een Stab met Zugfuhrer.

Onze display compleet met Funkstelle, Fernschreibstelle, Schreibstubbe en Kartentisch en het gezellige Casino precies zoals deze bij de Wehrmacht was opgebouwd met authentiek materiaal.

Bekijk al de klim-attributen zoals pickels, haken en karabiners, skies, stijgvellen etc.

Bewonder de DKW motorfiets van het TallStaffel, de Truppefahräder van het Gebirgs Radfahrschwadron

Een bezoek aan onze display met de vele compleet ingerichte Manschaftszelten, Stabszelt en Stabsleufel is een werkelijke reis terug in de tijd, zo enorm gedetailleerd, niet voor niets wordt deze werkgroep regelmatig gevraagd voor medewerking aan films en documentaires.

 

Vergeet ook niet onze dames van de Gebirgs Saniatats Abteilung 95 te bezoeken, zij hebben een compleet en uniek ingericht Feldlazerett zoals er geen meer te vinden zijn!

Ook zij vormen een deel van de vijfde Gebirgsjäger Divisie.

 

De Kampfgruppe is volledig authentiek bewapend met o.a. Mauser K98's karabijnen, een MG42 en een MP voor de Gruppefuhrer

 

De leden van de werkgroep verdiepen zich in de geschiedenis, de opbouw en de training van de tweede Kompanie tot in het kleinste detail. 

We zijn vaak te vinden op de betere re-enactment evenementen in binnen en buitenland, maar in de praktijk gaat deze werkgroep verder, veel verder.

Wo Die anderen aufhören fangen Wir erst an!

Jaarlijks maken wij een meerdaagse bergtocht onder de naam BergAdler in de Alpen vanuit het originele steunpunt van onze Kompanie, Er wordt geklommen, abgeseild en we oefenen de kneepjes om te functioneren als een Hochgebirgsbatailon.

In de wintermaanden trekken we de ski's aan en maken we sneeuwtochten onder de naam SchneeAdler, bouwen een iglo, voeren verkenningen uit.

Dit jaar starten wij met een nieuwe training onder de naam WaldAdler een meerdaagse verkenningstocht door een groot bosgebied  met alleen dat mee wat de rugzak toelaat, een deken, een zeltbahn, de uitrusting, uniformering, het eten zoveel mogelijk authentiek en als voorgeschreven, de manier om het dagelijks leven van een jager zoveel mogelijk te benaderen.

Door onze positieve en professionele uitstraling, de ongedwongen omgang,

onze Gams, de Edelweiss, en de Oostenrijkse "gemütligkeit" zijn de scherpe randjes die bij de traditionele Duitse uitbeeldingen wat meer aanwezig zijn er bij deze groep juist van af.

Voor iedere bezoeker is er een vriendelijk Servuß en worden vragen graag beantwoord

Herzlich Wilkommen zum Gams!

Wilt u ons komen versterken, ons boeken of wilt u verdere info neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site

of naar: 100jagerregiment@gmail.com

HORRIDO!!

Geschiedenis van het Gebirgsjäger Regiment 100

Het 100ste Gebirgsjägerregiment is opgericht op 1 juni 1935 samen met het 98 en 99 regiment als het Gebirgskorps. De standplaats was Bad Reichenhall in Beieren. Het regiment werd opgezet uit de restanten van het Beierse Alpenkorps uit de 1e wereldoorlog en aangevuld met Beierse politieagenten welke reeds alpinetraining hadden gehad. Na de Anschlüss van Oostenrijk, in 1938, kwamen hier ook Oostenrijkse Gebirgsjäger bij. In april 1938 vormden de bovengenoemde 3 regimenten  de 1ste Gebirgsjäger Divisie onder leiding van Generaal Kübler.

Niet lang daarna werden zij gemobiliseerd tezamen met de 2e en 3e Gebirgjäger-Divisie voor de aanval op Polen op 26 augustus 1939. Voor deze aanval werden bovengenoemde divisies  samengevoegd tot het 18e Gebirgskorps met de opdracht om via de hoge Tatra op de Pools Slowaaksegrens, de Poolse laagvlakte richting Lemberg te veroveren.

De aanval op Polen

De oorlog startte voor het 100ste Regiment op 4 september 1939 toen zij de Poolse grens overstaken, in de richting van de Dukla-pas optrokken en gevechten leverde met de 1ste en 2de Poolse bergbrigades. Na een 8 daagse geforceerde mars, waarbij 400 km door vijandelijk terrein werd afgelegd, werd het knooppunt Lemberg bereikt waarbij de Gebirgsjäger, 120 km voor de Duitse troepen uit, van alle kanten werden aangevallen door terugtrekkende Poolse eenheden die probeerden door te breken en de stad te verdedigen. Op 21  september eindigde de aanval nadat de Russen in het oosten Polen hadden aangevallen en de Poolse troepen zich alleen wilden overgeven aan de 1e Gebirgsjäger Division.

Ironisch genoeg werd Lemberg overgedragen aan de Russen en pas bij operatie Barbarossa 2 jaar later opnieuw door de 1e Gebirgsjäger Division heroverd.

 

Deze aanval kostte de 2./GJR100 4 doden en 19 gewonden.

 

Na deze campagne werd de divisie naar Duitsland terug getrokken en bracht de winter van '39/'40 door met oefeningen in de Eifel.

De aanval op frankrijk

De Duitse aanval op het westen begon op 10 mei 1940 en de Jäger hadden hun eerste vijandelijke contact op 18 mei aan het Oisne-Aisnekanaal in Frankrijk met de 87ste Koloniale Divisie. Deze bezette de zuidelijke oever en bood heftige tegenstand. Op 5 juni kreeg het 100ste de order om, na een zware artillerie beschieting de aanval te openen. Na de oversteek verzamelde de Jäger zich onder de zwaar begroeide oever en begonnen de aanval op Pont Saint Mard. De Franse troepen begonnen direct een tegenaanval welke keer op keer werd afgeslagen. Langzaam rukten de Jäger op en in de avond was Pont Saint Mard en de omliggende hoge grond in handen van de Gebirgsjäger Division. 

Nieuwe orders stuurde de 1ste Gebirgsjäger Division naar Soissons en vervolgens over de Marne. Aan het eind van de campagne rukt het regiment richting Lyon op om de Alpenpassen, die de Franse bergtroepen tegen de Italianen hielden, te veroveren.

 

Deze aanval kostte de 2./GJR100 16 doden en 53 gewonden.

 

In november 1940 werd de 100ste Gebirgsjäger Division teruggetrokken naar Salzburg waar het werd samengevoegd met 85ste Regiment van de Oostenrijkse 10de Infanterie Division om zo de 5de Gebirgsjäger Division te vormen onder commando van Generaal Julius "Papa" Ringel. Na een korte trainingsperiode werd deze nieuwe divisie aan het einde van februari 1941 naar Roemenië verplaatst en vlak daarna naar Bulgarijë in voorbereiding voor "Fall Margerita", de aanval op Griekenland.

De aanval op Griekenland

Op 6 april 1941 na uitputtende dagen van lange marsen en voorbereidingen begon de 5e Gebirgsjäger Division zijn aanval over de Rodopi bergketen aan de Griekse grens met voor zich de machtige versterkingen van de Metaxalinie bestaand uit een zwaar bunkercomplex met loopgraven en tunnels, voorzien van prikkeldraadversperringen en gedekt door zware artillerie, die bemand was door de Griekse 18e Divisie.

De opdracht voor de Jäger was om een bres te slaan in de linie en de achterliggende rivierbruggen bij Lutra te veroveren, tevens moest de belangrijkste bunker op berg 307 worden veroverd.De volgende 4 dagen vielen de Jäger in stormachtig weer en bij temperaturen rond het vriespunt en zware regen de linie aan om een doorgang te forceren en deze te vergroten. Bij iedere verplaatsing stonden de Jäger bloot aan zwaar machinegeweervuur en artillerie bombardementen, iedere pauze om te hergroeperen werd door de Grieken gebruikt voor een tegenaanval. Pas na verovering van de complexen Kalkaya, Istibal en Rupesco viel de Metaxalinie. 

Samen met de 6e Gebirgsjäger Division onder Generaal Schoerner werd de Rupelpas, Salonika veroverd en werden de Griekse en Britse troepen naar het zuiden bij het kanaal van Corinthië verdreven.

De 5e Gebirgsjäger Division eindigde haar strijd in de Oeta bergen. Athene viel op 27 april, 22 dagen na de start van de aanval.

 

Deze operatie kostte de 2./GJR100 18 doden waaronder de Kompanie kommandeur OberLeutnant Fritz Schramm en 9 gewonden.

De aanval op Kreta

Op 21 mei 1941 lande de 2./GJR100 onder zwaar vuur op het vliegveld van Maleme tijdens "Fall Merkur", de aanval op het Britse expeditie leger op Kreta om de belegerde fallschirmjäger te ontzetten in de grootste luchtlandingsactie in de Duitse geschiedenis. 

De 3de Kompanie, per schip onderweg vanuit Griekenland, was onderschept door de Britse vloot en voor een groot deel vernietigd.

De Gebirgsjäger maakten het verschil tussen een nederlaag en een overwinning door langzaam maar zeker de hoge punten rondom het vliegveld te veroveren zodat een bruggenhoofd werd geslagen en de Nieuw-Zeelandse troepen te verdrijven. Door de bergketens heen en steeds meer landinwaarts vechtend, werden de ingegraven Kiwi's van berg 259 verdreven en werd op 25 mei 1941 Galatas veroverd met steun door Fallschirmjäger, Stuka's en Messerschmitts. De man tegen man gevechten gingen bijna de gehele nacht door waarbij de Jäger uit het dorp werden verdreven en zij pas na inmenging van de Gebirgsartillerie het dorp opnieuw konden innemen.De terugtrekkende Nieuw-Zeelandse en Australische troepen werden op de voet gevolgd door de Duitse troepen en de eerst genoemden gaven zich op 2 juni 1941 over in Sfakia aan de zuidkust van Kreta.

 

Deze operatie op Kreta kostte de 2./GJR100 22 doden, waaronder de Kompanie kommandeur OberLeutnant Wilhelm Bauer, en 29 gewonden.

De oorlog in Rusland

Na een welverdiende periode van rust werd de 2./GJR100 in begin 1942 verplaatst naar het Wolchowfront ten zuiden van Leningrad. Hier werden de Jäger als gewone infanteristen ingezet in een moerassig gebied. Zij verloren daardoor het voordeel van hun specialisatie waardoor zij veel verliezen leden. Hun taak was het omcirkelen van het 2e Rode leger dat poogde Leningrad te ontzetten. Nadat de omcirkeling brak hadden zij hun handen vol om de versplinterde Russische eenheden die via het dicht begroeide woud probeerden te ontsnappen te elimineren. 

Op 19 augustus 1942 begon operatie Nordlicht, dit terwijl de Russen met drie legers op hetzelfde moment een offensief begonnen. De 5. Gebirgsjäger Division dreef de Russen terug naar Siniavino. De gevechten duurden tot in oktober. 

Op 12 januari 1943 nam de 5. Gebirgsjäger Divisie posities in aan de Neva rivier. De Russen begonnen kort daarop met operatie Spark, de derde poging Leningrad te ontzetten. De Russen braken op diverse plaatsen door waarbij de Jäger iedere keer daar werden ingezet waar het Rode leger door de Duitse linies heen brak. Op 18 januari 1943 lukte het Rode leger om een smalle corridor naar Leningrad te veroveren. Het front stabiliseerde zich de komende 5 maanden en met aanvallen over en weer was er een groot verlies aan mensen en materieel.

In de zomer van 1943 startte het Rode leger een nieuw offensief waarbij de 5.GBJ Division zich in de moerassige sector van de Wolchow spoorlijn bevond. De impact van deze aanval was dusdanig groot dat de Jäger uiteengeslagen werden en als kleine zelfstandige groepjes verder vochten. 

Eind juli was de situatie dramatisch en werd het front gestabiliseerd door de aankomst van de 132. Infanterie Division. Ook het Rode leger was door de acties uitgeput en had zeer zware verliezen te verwerken.

Op 15 september 1943 startte de Russen een nog zwaarder offensief waarbij zij er in slaagden de hogere gronden rondom Siniavino te veroveren. Daarna brak een periode van betrekkelijke rust aan voor het Leningrad front en trok het gehele Duitse leger in die regio zich terug op de Panterlinie.

 

De Divisie commandeur Generaal Ringel ontving de eikenbladeren bij zijn Ridderkruis voor de inzet van de 5.Gebirgsjäger Division en niet lang daarna werd de divisie na 20 maanden gevochten te hebben in het zwaar moerassige gebied rond de Wolchow terug getrokken en verplaatst naar Italië.

 

Deze strijd kostte de 2./GJR100 168 doden waaronder 2 kompanie kommandeure, OberLeutnant Fleischmann op 16 november en OberLeutnant Schneider op 26 Juli, 472 gewonden en 35 vermisten.

De oorlog in Italië

De eerste onderdelen van het 5.GJR kwamen begin december 1943 aan in Italië en namen posities in een 20 km breed front in de Reinhardlinie langs de Rapido rivier 15 km zuidelijk van Cassino met de taak deze linie zo lang mogelijk te houden en dan uiteindelijk terug te vallen op de noordelijker gelegen Gustavlinie. 

Vier dagen later op 26 december openden de Franse koloniale troepen onder zwaar artillerie vuur de aanval op de gehele door de Jäger bezette sector. Na 4 aanvallen braken de Marokkaanse en Algerijnse troepen door tussen La Mete en Monte Mare en na de inzet van de door Ringel in reserve gehouden Panz.Gren.Reg. 115 werden de Franse troepen tijdens zware man tegen man gevechten terug gedrongen en aan het eind van de dag was de linie hersteld. 

De dag hierna werd het 100.GJR terug getrokken op de Gustavlinie. Op 24 januari 1944 vielen de Franse koloniale troepen opnieuw aan waarbij zij door delen van de Gustavlinie heen braken.Na inmenging van de 90.PanzgrendDiv. en de 1.Fallschirmjäger Division stabiliseerde het front zich en eindigde de 1e Cassino slag.De komende 5 maanden bleef de linie vrijwel ongewijzigd. 

 

Generaal Ringel werd bevorderd tot Generaal der Gebirgstruppen en werd overgeplaatst naar het 69 GebirgsKorps. De nieuwe kommandeur werd Max Schrank.

 

Na het Amerikaanse bombardement op de abdij van Monte Cassino probeerden de Nieuw-Zeelandse, Indiase en Franse divisies tijdens verbitterde gevechten de Gebirgs en Fallschirmjäger van de berg te verdrijven. Sommige onderdelen van de Jäger hadden een verliespercentage van wel 80%.

Op 1 mei 1944 werd de divisie i.v.m. de zware verliezen als een klasse 2 divisie gekenmerkt, wat betekende dat ze slechts beperkt inzetbaar was. 

Op 11 mei begonnen de Britten hun zomer offensief en bevond het 100.Regiment zich in het gebied tussen Monte Cifalco en San Biagio. De aanval begon met een 12 uur durend bombardement uit 1700 stuks geschut en 1/2 miljoen man. De Jäger die Monte Castelone verdedigden werden aangevallen door de Poolse Kresowa Divisie en na 2 dagen strijd werden de Duitse troepen terug gedrongen.

Mede als gevolg van de Amerikaanse uitbraak uit Anzio, de Franse en Engelse doorbraak in het zuiden werden de Duitse troepen steeds verder terug gedreven en werden ook steeds meer gefragmenteert. 

De Kommandeur van het 51 Gebirgskorps Gen. Feuerstein zag dat de tot zijn beschikking staande 3 Gebirgsjäger divisies nog maar het equivalent hadden van een Regiment en ging deze gebruiken als Sperrgruppen.

De 5.Gebirgsjäger Divisie werd Sperrgruppe Schrank en moest, almaar noordelijk terugtrekkend, strijden tegen o.a. het Italiaanse bevrijdingsleger en zich uiteindelijk terug trekken op de Cesar linie. 

Op 8 juni 1944 bezette de Schrankgruppe Avezzano-Celano. Nu begon voor het Duitse leger een vertragingsstrategie waarbij het hoopte om met hulp van de herfstregen in de Apenijnen de Gothiclinie te bezetten. Veldmaarschalk Kesselring informeerde het OKH dat hij op deze linie de geallieerden 3 weken kon vertragen. Hitler stond op 7 maanden vertragen.

Na het vallen van deze linie trokken de Jäger zich terug en konden zij de geallieerde troepen vertragen tot 6 km per dag. Van een eenduidig front was geen sprake meer. Tussen 4 en 14 september 1944 verdedigden de Jäger Gemmano, Borgo, Monte Gardo en Zoccara tegen 3 verschillende Britse divisies en hielden stand totdat ze op 15 september moesten terugtrekken naar Montescudo. 

Genaraal Ringel sprak zijn trots uit over zijn voormalige kameraden.

Later dat jaar werden de Jäger als reserve troepen verplaatst naar de westelijke Alpen om de doorgangen tussen de Ligurische Alpen en Zwitserland te bemannen en een eventuele aanval daar af te slaan. 

In de winter van 1944/45 na diverse gevechten tegen Italiaanse en Franse bergtroepen marcheerde de 5.Gebirgsjager Division voor de laatste maal gezamenlijk naar Fiferoni nabij Turijn,  alwaar de wapens werden neergelegd en de Divisie in krijgsgevangenschap ging.

De 2./100 GJR ging in krijgsgevangenschap met 4 officieren, 24 onderofficieren en 155 man.Deze laatste fase van de oorlog kostte de 2./GJR 64 doden, 166 gewonden en 42 vermisten.

Gebirgsjäger Footage van de tweede wereld oorlog

Unsere Gamsen

  • Facebook Basic Black